Hélène van Beek over haar boek ‘Kinderen van de Staat’: “Jeugdzorg is de nieuwe Toeslagenaffaire”

Hélène van Beek heeft als journalist rampen gezien. Veel naars meegemaakt in haar loopbaan. Maar, niet eerder greep een onderwerp, een onderzoek en het schrijven van een boek haar zo aan als ‘Kinderen van de Staat’ waarin de jeugdzorg en de JeugdzorgPlus-instellingen in Nederland in de etalage staan. “Het is op een akelige manier onder mijn huid gaan zitten.” In de laatste Gelijkgestemden-bijeenkomst van Dushi Huis vroegen we haar naar de totstandkoming van het boek, wat het teweeg heeft gebracht en of er lichtpuntjes zijn voor de jeugdzorg.

Kinderen van de Staat

‘Kinderen van de Staat’ verscheen in het najaar van 2020. Het deed veel stof opwaaien, maar “de grote bom” die Hélène van Beek – vooral in de media – verwachtte “bleef uit.” Ondertussen gaf ze al vele lezingen over het boek en praatte ze onlangs met staatssecretaris Paul Blokhuis van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Ook zorgde ze via stichting het Vergeten Kind dat het lijvige boek bij 900 raadsleden in Nederland op het bureau terechtkwam. Tijdens de research en het schrijven, maakte Hélène kennis met Dushi Huis: “Alex (de Bokx, red.) was de eerste eigenwijze die ik tegenkwam. Ik was onder de indruk van over hoe breed Dushi Huis werkt en denkt. Het gaat zoveel verder dan een onderkomen, drinken en eten geven.”

Allereerst: waarom dit onderzoek en het boek? Hélène: “Simpelweg omdat ik werd gevraagd. Door de Fair Life Foundation, een particuliere stichting die fel tegen instellingen voor gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus) is en het ‘een schending van de rechten van het kind’ noemt. ‘Moet ik dat wel doen als journalist?’, heb ik mezelf afgevraagd. Na vooronderzoek besloot ik het te doen, op voorwaarde dat ik onafhankelijke journalistiek kon bedrijven.”

Onder mijn huid

Daarna dook ze naar eigen zeggen een “complexe wereld in” van onder meer de gesloten jeugdinstellingen. “Het eindstation van de jeugdzorg waar jongeren gekreukeld en getraumatiseerd uitkomen. Ik heb geprobeerd het systeem in kaart te brengen met de gesloten jeugdzorg als meest extreme.”
Hoe was het om de kinderen en jongeren te interviewen, wat heeft het met je gedaan? “Het hele proces, van de research tot het schrijven van het boek heeft mij oprecht heel erg aangegrepen. Ik heb met mijn voeten in de klei gestaan. Ben bij branden geweest waar kinderlijken naar buiten werden gedragen. In mijn loopbaan als journalist heb ik veel naars gezien, maar dit is op een hele akelige manier onder mijn huid gaan zitten.”

Dushi Huis Kinderen van de Staat

Systematische ellende in de jeugdzorg

Waarom denk je? “Omdat er een heel verhaal achter zit van systematische, jarenlange ellende bij jongvolwassenen. En, het gaat gewoon door. Er lijkt geen oplossing te komen. Deze jongens en meisjes zijn zo beschadigd dat zij hun leven als mens nooit meer normaal op de rit krijgen. Tim die mij waarschuwt dat hij wartaal kan gaan praten, of in een andere taal praat, of dat hij plots omvalt. Als dat dan allemaal gebeurt, dat is echt verschrikkelijk. Ik heb er thuis ook over gesproken met mijn man. Ik was er erg mee bezig. ‘Ik wil het boek niet eens lezen’, zeggen sommige vrienden, want het is zo naar.”

Dossiers kinderen verdwenen

Het onderzoek was niet bepaald een ‘walk in the park’. Informatie krijgen was een hele toer? “Er wordt bijna niets bijgehouden in de jeugdzorg. Op alle fronten. Zelfs de dossiers van de kinderen zijn niet op orde. De journalistieke zoektocht heb ik daarom juist ook beschreven om te laten zien wat je moet ondernemen om de meest basale informatie te krijgen. Ook van de overheid en het ministerie van VWS. Kinderen die niet weten waar hun dossier is en zich afvragen: ‘Waarom ben ik eigenlijk uithuisgeplaatst?’. Woordvoerders die enorm arrogant zijn en je niet te woord willen staan, geen cijfers kunnen geven waar je om vraagt. Bijvoorbeeld hoe vaak kinderen in een isoleercel terechtkomen. Als je niet weet wat je doet, hoe kun je dan weten wat je goed en fout doet? Pas dan kun je het beleid aanpassen.”

De Koning der isoleercellen

Waar je je ook boos over maakt, is het feit dat er nog steeds isoleercellen zijn en dat jongeren daar nog steeds in terechtkomen. Een “middeleeuws instrument” volgens behandelaars. “Daar word je niet beter van”, zeggen de jongeren zelf. Vanaf 2022 moet dit aantal gedwongen afzonderingen (isolaties) op nul staan zoals afgesproken met minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid. Of dit gaat lukken, is de vraag. “Dat de isoleercellen er nog steeds zijn, is onthutsend. In de nieuwe instelling voor gesloten jeugdzorg van Horizon in Bakkum hebben ze zelfs vorig jaar nog de Koning der isoleercellen gebouwd, met leren wanden en touchscreens. Alle convenanten zijn ondertekend dat het middel niet meer gebruikt zou worden. Het is volgens mij niet afgelopen. Sancties ontbreken. De inspectie controleert wel, maar ze grijpen niet in. Schrijnend.”

Jeugdzorg als nieuwe toeslagenaffaire

Je zegt dat het “op heel veel lagen misgaat”. Waar begin je dan om misstanden aan te pakken en de jeugdzorg te verbeteren? “Heel simpel: ik ga toch wijzen naar politici. Een gemeente kan na misstanden bij Pluryn zeggen: ‘Daar kopen we geen plekken meer in’. Een dergelijke instelling bestaat, omdat ze kinderen krijgen en vollopen. De marketing en de verhalen zijn goed op orde. Dan komen de kinderen wel. Wat je creëert, krijg je en de grote instellingen weten dat ze volume moeten binnenhalen.”
“Ik heb lezingen gegeven, ook over wat er is misgegaan bij de aanbesteding voor jeugdzorg in Noord-Holland. Maar mensen kijken je toch aan alsof ze water zien branden als ik zeg: ‘Jullie zijn ook verantwoordelijk voor de inhoud.’ Het zijn de ambtenaren – dat is een waarschuwing als ik zie hoe op dit boek gereageerd wordt – die de werkelijke macht hebben. Jeugdzorg gaat de nieuwe toeslagenaffaire worden. De ambtenaren bepalen, dat zie je overal. Dat had ik me niet gerealiseerd toen ik aan het boek begon.”

Jeugdwet onder de loep

Zijn er lichtpuntjes? “Zo lang de grote clubs weten dat ze volume moeten binnenhalen, de aanbestedingen op deze manier gaan en het systeem zo blijft, ben ik niet heel optimistisch. Gelukkig zijn er kleinschalige organisaties zoals Dushi Huis die van onderop een verandering inzetten en laten zien dat het anders kan. Al gaat dat met kleine stappen. Maar, ook aan de voorkant moet iets gebeuren. We moeten zorgen dat een kind niet uit huis wordt geplaatst. Daarvoor moeten we de Jeugdwet onder de loep nemen en het bijvoorbeeld eens worden over de vraag: ‘Wat is onveilig?’ en ‘Wat is er echt mis?’. Is uit huis plaatsen dan de oplossing?.”

Nederland is kampioen uit huis plaatsen, zo citeert Hélène van Beek René Clarys. De cijfers:

• 46.000 kinderen zijn opgenomen in een pleeggezin of jeugdzorginstelling.
• 3.000 kinderen en jongvolwassenen zitten in een gesloten JeugdzorgPlus-instelling. Dat zijn 420 opgesloten kinderen op 5 miljoen inwoners. In Denemarken zijn dat er welgeteld vijf.
In Nederland is het aantal uit huis geplaatste kinderen vele malen hoger dan in landen om ons heen. Volgens Hélène, die de achterliggende reden van het hoger cijfer uitzocht en te rade ging bij wetenschappers en literatuur hierover, liggen de wortels ervan in onze geschiedenis.

“We hebben een reddersgeest en mentaliteit. Die reikt terug tot in de middeleeuwen, naar broederschappen en weeshuizen. Op enig moment waren er hele grote katholieke gezinnen waarvan ouders de opvoeding niet aankonden. Vooral op de Veluwe – goedkope grond – zijn destijds tehuizen opgericht. Het was heel gewoon om je kind naar een instelling te sturen. Ook zijn we een moralistisch land. Er wordt al snel gedacht: ‘Als jij je kind niet goed kan opvoeden, dan doen wij dat wel voor jou’. Op de een of andere manier vinden wij dat goed om te doen. In het buitenland ben je en blijf je in principe thuis. Punt.”

Het boek ‘Kinderen van de Staat’ is verkrijgbaar via de plaatselijke boekhandel of online te bestellen bij onder meer de Bruna. Via stichting het Vergeten Kind is gratis de e-bookversie te downloaden.